Van klei tot keramiek: hoe ontstaat een keramiekstuk?

Vorige keer vertelde ik over de lange reis die klei maakt voordat ze uiteindelijk in mijn atelier terechtkomt. Vanuit de natuur, door de handen van vele mensen, tot een blok klei op mijn werktafel. Maar dan begint het eigenlijk pas.
Want hoe verandert zo'n zachte klomp klei uiteindelijk in een keramiekstuk?
Dat is een proces van vormen, wachten, bakken en soms ook een beetje verrast worden.
Het begint met de juiste klei
Niet ieder stuk keramiek begint met dezelfde klei. Er zijn verschillende soorten en iedere klei heeft zo zijn eigen eigenschappen. De ene klei is fijn en glad, de andere wat grover. Sommige kleisoorten zijn heel geschikt voor kleine werkstukken, terwijl andere juist meer stevigheid geven wanneer je groter wilt werken of voor het draaien van potten. De keuze van de klei is daarom belangrijk.
De klei bepaalt voor een deel wat er mogelijk is.
Wanneer ik de klei op mijn werktafel leg, begint het creatieve proces.
Van een klomp klei naar een vorm
Dan komt het moment waarop de klei onder mijn handen begint te veranderen. Het begint bij het kneden van de klei. Tijdens dit proces van steeds herhalende beweging maak ik contact met de klei. Na het kneden begint het vormen soms heel intuïtief wat zich die dag aandient of andere keren een heel gerichte vorm.
Zo ontstaat er misschien een mok, een schaal, een vaas of iets heel anders. Soms weet ik vooraf precies wat ik wil maken. Maar het gebeurt ook regelmatig dat de klei me een andere richting op stuurt. Dat vind ik juist zo leuk aan werken met klei.
Ik heb een idee, maar de klei doet ook mee.
Ik voel hoe het materiaal reageert en pas mijn bewegingen daarop aan. Langzaam ontstaat er iets wat er daarvoor nog helemaal niet was. Dat is één van de mooiste momenten van het hele proces.
Dan begint het wachten
Wanneer het werkstuk klaar is, zou je misschien denken dat het bijna af is. Maar niets is minder waar. De klei moet eerst rustig drogen. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een belangrijke stap. Een werkstuk dat te snel droogt, kan gaan scheuren of vervormen. Daarom krijgt het de tijd om langzaam al het vocht kwijt te raken.
Keramiek leert je geduld te hebben.
Ik kan het proces niet versnellen. Soms is het gewoon een kwestie van wachten en vertrouwen. Pas wanneer de klei helemaal droog is, kan het werkstuk voor de eerste keer de oven in.
De eerste keer de oven in
Een volledig droog werkstuk is nog geen keramiek. Het voelt hard aan, maar het blijft kwetsbaar. Tijdens de eerste stook gebeurt er iets bijzonders. De klei wordt door de hoge temperatuur veranderd in een stevig keramisch materiaal.
Deze eerste stook noemen we de biscuitstook. De oven wordt langzaam op temperatuur tot 1000°C gebracht en daarna begint opnieuw het wachten. Dat blijft spannend. Ook al heb je het proces al vaak meegemaakt, het openen van de oven blijft iedere keer een bijzonder moment.
Tijd voor kleur
Na de eerste stook is het werkstuk klaar voor de volgende stap: het glazuren. Glazuur geeft het keramiek zijn kleur en uitstraling. Maar het doet meer dan dat. Het vormt na het bakken ook een harde laag die het werkstuk beschermt en het geschikt kan maken voor dagelijks gebruik.
Hier begint een nieuw stukje avontuur. Want de glazuren kunnen er vóór het bakken heel anders uitzien dan erna. Een kleur die op het eerste gezicht heel rustig lijkt, kan na het bakken ineens diep en levendig zijn. Soms ontstaat er een effect dat je niet helemaal had verwacht. Dat is de magie van glazuur. Je kunt veel voorbereiden en voorspellen, maar de oven heeft altijd het laatste woord.
Nog één keer de oven in
Na het glazuren gaat het werkstuk opnieuw de oven in. Dit keer wordt de temperatuur nog hoger tot 1220°C gestookt en gebeurt er iets bijzonders. Het glazuur smelt en vormt zich samen met de keramiek. De tweede stook maakt het proces compleet. De zachte klei waarmee alles begon, is nu veranderd in een sterk en duurzaam keramiekstuk.
En dan komt het moment waar ik altijd naar uitkijk.
De oven mag open.
Ik zie voor het eerst hoe de kleuren zijn geworden. Of de vorm goed is gebleven. Of het glazuur zich heeft gedragen zoals je hoopte. En soms... Is het nog mooier dan verwacht, soms is het anders en af en toe leer ik weer iets nieuws. Dat is precies wat ik zo bijzonder vind aan keramiek. Je kunt met veel aandacht werken, maar je houdt nooit helemaal alle controle.
Van een stukje klei naar iets bijzonders
Wanneer je uiteindelijk een keramiekstuk in je handen houdt, zie je misschien alleen een mok, een schaal of een vaas. Maar eigenlijk zie je veel meer. Je ziet een stukje natuur. Een idee. Uren van vormen en wachten. Twee keer door het vuur. En alle kleine keuzes en verrassingen die onderweg zijn ontstaan.

Opmerkingen