top of page
Zoeken

Waar komt klei eigenlijk vandaan?

Vanmorgen sneed ik een nieuw pak klei aan. Terwijl ik de klei op mijn werktafel legde, vroeg ik me af hoeveel duizenden jaren dit materiaal onderweg is geweest voordat het hier terechtkwam.


Een bijzondere gedachte.


Deze zachte, soepele klei die straks misschien een mok, schaal of vaas wordt... heeft er een reis van duizenden, soms zelfs miljoenen jaren op zitten.

Een bijzondere gedachte, vind ik.

Want klei begint niet in een fabriek.


Klei begint in de natuur.


Duizenden jaren geleden waren er bergen en rotsen die langzaam werden afgebroken door regen, vorst, wind en stromend water. Heel langzaam kwamen kleine mineraaldeeltjes los.

Zo klein zelfs, dat je ze met het blote oog nauwelijks kunt onderscheiden.

Rivieren namen die deeltjes mee op hun lange reis. Op plekken waar het water rustiger werd – zoals rivierbeddingen, meren en oude zeebodems – zakten ze langzaam naar de bodem.


Laagje voor laagje. Jaar na jaar. Eeuw na eeuw.

Zo ontstond uiteindelijk wat wij nu kennen als klei.

Misschien kijk je nu anders naar die eenvoudige klomp op de werktafel.

Ik in ieder geval wel.

Want als je beseft hoeveel tijd de natuur nodig heeft gehad om dit materiaal te maken, krijgt het ineens veel meer waarde.

Voordat de klei in mijn atelier terechtkomt, gebeurt er nog van alles.

De klei wordt gewonnen uit een kleigroeve en zorgvuldig gereinigd. Steentjes, wortels en andere onzuiverheden worden verwijderd. Daarna wordt water toegevoegd en krijgt de klei precies de juiste samenstelling om mee te kunnen werken.

Pas dan komt hij als stevige blok in het atelier terecht.


Klaar om opnieuw een verhaal te beginnen.


Niet alle klei is hetzelfde.

Er zijn witte, grijze, bruine en roodachtige kleisoorten. Sommige voelen heel glad aan, terwijl andere kleine korreltjes bevatten. Die korrels noemen we chamotte en zorgen ervoor dat de klei steviger wordt. Dat is vooral prettig wanneer je grotere werkstukken maakt.

Iedere kleisoort heeft zijn eigen karakter, dat maakt het werken ermee zo leuk.

Wat ik misschien wel het mooiste vind, is dat klei voortdurend verandert.

Wanneer hij nat is, kun je hem vormen, tijdens het drogen wordt hij steeds steviger.

Eenmaal in de keramiekoven verandert de zachte aarde in een sterk en duurzaam keramiekstuk dat jarenlang mee kan gaan.

Een wonderlijk proces, iedere keer opnieuw.

Mensen werken al duizenden jaren met klei.

Archeologen vinden nog steeds potten, schalen en kruiken die honderden of zelfs duizenden jaren oud zijn. Dat laat zien hoe bijzonder duurzaam keramiek eigenlijk is.

Misschien drink jij thuis ook wel uit een handgemaakte mok.

Dan heb je eigenlijk een stukje aarde in handen dat een ongelooflijk lange reis heeft gemaakt.


Dat is precies waarom ik zo graag met klei werk. Ik werk niet met zomaar een materiaal.

Ik werk met iets dat de natuur in alle rust heeft gevormd.

En iedere keer als ik een nieuw werkstuk maak, begint het weer opnieuw.

Met een stukje aarde, een beetje geduld en heel veel verwondering.

De reis van de klei stopt natuurlijk niet wanneer ze in mijn atelier aankomt.

Eigenlijk begint dan pas het mooiste gedeelte.


In mijn volgende blog neem ik je stap voor stap mee in het hele proces. Van het kiezen van de juiste klei en het vormen van een werkstuk, tot het drogen, de eerste stook, het glazuren en de tweede stook.

Pas dan verandert een eenvoudige klomp klei in een uniek keramiekstuk.

Ik hoop dat je dan weer met me meeleest.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page